De industrialisatie van de vorige eeuw bracht ons bijeen in grote fabrieken en kantoren. Dat is kennelijk heel moeilijk af te leren, want elke dag stappen er ’s ochtends vroeg veel mensen in hun auto op weg naar kantoor. Ze worden daar verwacht, want werken doe je op kantoor! Het woon-werk verkeer is daardoor voor de werknemer en de werkgever een groot aandachtspunt geworden: een kostenpost, een frustatie en zonde van de tijd.
Het dagelijkse woon-werk verkeer frusteert dus enorm, want 1 op de 10 werknemers overweegt om hun baan op te zeggen vanwege de lange reistijd (een half miljoen mensen dus). En ondanks dat de afstanden in Nederland weliswaar relatief klein zijn, is de verkeersdruk hoog. De verwachting is ook dat dit de komende jaren problematisch blijft.
De overheid investeert jaarlijks miljoenen in het verkeer, maar de afgelopen jaren heeft dit niet tot verbetering geleid en de verkeersdrukte is niet verminderd – eerder erger geworden. Maar is de verkeersdrukte ook niet een effect dat voortkomt uit het automatische gedrag van werknemers om elke dag, op dezelfde tijd in de auto te zitten? De oplossing van dit probleem dient dus ook ergens anders gezocht te worden, er ligt al genoeg asfalt.
De methodiek binnen ‘wat beweegt de werkende mens’ is gebaseerd op het volgende model, die duidelijk maakt dat uitdagingen op het gebied van mobiliteit alleen succesvol zijn bij het bereiken van specifieke bedrijfsdoelen. De taal van de ondernemer spreken is van wezenlijk belang.











